De bijdrage over de voorjaarsnota op 5 juli 2021, GroenLinks, Ben Schulte:

(NB als document zowel de inbreng op 22 juni als 5 juli los bijgevoegd)

Voorzitter

Westervoort is in de financiele moeilijkheden gekomen doordat het Rijk de gemeenten niet voldoende geld geeft om de verplichte taken uit te voeren. Voor het jaar 2022 kan Westervoort rekenen op circa 1,3 miljoen voor de jeugdzorg, maar structureel en voor de andere taken is de fatsoenlijke bekostiging nog niet geregeld.

En dat betekent dat Westervoort in een soort schuldhulp-traject zit. We zagen dat al langer aankomen. Vorig jaar bij de begroting hebben we ervoor gepleit om daar niet terughoudend in te zijn, maar de hulp van de toezichthouder te omarmen. Dat is immers ook bij persoonlijke schuldenproblematiek de beste houding.

GroenLinks blijft alle keuzes, dus ook die van de voorliggende voorjaarsnota beoordelen naar haar drie belangrijke waarden:

1. Duurzaamheid: Kan onze leefomgeving het aan, wordt er geen roofbouw op gepleegd en houden we de lange termijn voor ogen?

2. Solidariteit: Blijven de basisvoorzieningen in stand, juist ook voor de gewone inwoner van Westervoort?

3. Verbinding: nemen we maatregelen in verbinding met onze inwoners? Tonen we inlevingsvermogen?

Terug naar de toezichthouder en onze Westervoortse situatie. Gegeven de situatie zal de toezichthouder en ook wij extra letten op de volgende zes punten:

  1. Onze bestuurskracht: we wachten het onderzoek daarnaar hoopvol af en zullen de conclusies eind dit jaar omarmen.
  2. Mogelijke kapitaalvernietiging bij te rigoureus bezuinigen. Er zijn al een aantal onbezonnen bezuinigingen teruggedraaid (door de provincie) en het is ook nu begrijpelijk dat in wegen- en groenonderhoud bijgeraamd moet worden. Om ook de uitdagingen op gebied van onze leefomgeving: klimaat(adaptatie), circulaire economie, biodiversiteit en energie aan te kunnen zullen we moeten blijven investeren om geen roofbouw te plegen op onze planeet.
  3. Het reservepotje dat geleidelijk moet worden aangevuld. Het is goed dat we dit toezicht hebben en de tijd krijgen om de reserves aan te vullen. Wat ons betreft hoeven we het reservepotje niet overhaast te vullen of het toezicht versneld af te bouwen.
  4. Structurele voorzieningen waarop we niet ‘’penny-wise, pound-foolish” moeten bezuinigen. We hebben gelukkig nog wel een behoorlijk sociaal activiteiten centrum en behoorlijk armoedebeleid, maar helaas ook nog die ongelukkige bezuinigingsopdracht voor 2023 van de Bibliotheek, die wat ons betreft weer ongedaan moet worden gemaakt.
  5. Optimistische of opportunistische bezuinigingsmaatregelen. Met de euro-tekens in de ogen worden maatregelen genomen, waarvan het maatschappelijk effect niet goed in beeld is. Wat ons betreft is de ongelukkige extra maandelijkse bijdrage voor de AVAN-pas in doelgroepenvervoer daarvan een voorbeeld, waar we dan ook tegen hebben gestemd. Ook het opstapplaatsen-systeem voor leerlingenvervoer is ingevoerd, zonder goed het effect op álle doelgroepen te hebben gerealiseerd. Dat kan veel beter en moet in verbinding met de doelgroepen zelf, met ervaringsdeskundigen, worden geimplementeerd. Een motie daarover komt later deze vergadering.
  6. Een helder beeld op alle risico’s, zowel incidenteel, als structureel

De provincie heeft afgedwongen dat we niet alleen een risico-paragraaf hebben met een analyse van de incidentele risico’s, maar ook buffers hebben ingebouwd voor risico’s en tegenvallers met een structureel karakter. Deze voorjaarsnota geeft aan dat dergelijke risico’s zich mogelijk voor gaan doen. Wij roepen de college hierbij op om bij de begroting zorgvuldig de incidentele en structurele risico’s te onderscheiden en dat in de paragraaf weerstandvermogen helder te analyseren. Dat moet dan leiden tot een meer actuele en betere schatting van buffers en benodigde algemene reserve.

Dus, voorzitter, de voorjaarsnota dit jaar is voor GroenLinks slechts een tussenstap tussen herstelplan en begroting met de schets van de ontwikkelingen en de daaruit volgende bijstellingen. Inhoudelijk kunnen ons vinden in de beschreven doelen en speerpunten en vinden we een groot aantal autonome ontwikkelingen aannemelijk.

 

Wel hebben we onze bedenkingen bij de onderbouwing van bedragen en het gemak waarmee sommige posten als autonome ontwikkeling worden gepresenteerd. Daar hebben we bij de commissie op 22 juni al iets over gezegd en het CDA heeft dat toen nog uitvoeriger gedaan, waarvoor dank.

Dat leidt voor ons nu niet tot moties of amendementen, want we willen niet op de stoel van de ambtelijke organisatie gaan zitten. Wel roepen we het college op om straks bij de begroting 2022 de omvang van de aanpassingen nog eens goed te bekijken en beter onderbouwd aan ons te presenteren.

 

Die heroverweging geldt ook voor het plan voor biodiversiteit. Wat ons betreft wordt dat niet uitgesteld tot 2023, maar al in 2022 gemaakt. Er zit immers urgentie op dit onderwerp en juist nu zijn er mogelijkheden om provinciaal en landelijk bijdragen voor biodiversiteitsmaatregelen aan te vragen.Gelet op de extra Rijksbijdrage moet dat financieel kunnen.

 

Zoals gezegd hebben deze keer geen directe amendementen of moties over deze voorjaarsnota, afgezien van de motie over het leerlingenvervoer, maar dringen er (dus) bij het college wel op aan om bij het maken van de begroting rekening te houden met de volgende punten:

Het zojuist gemelde drietal:

  1. Zorgvuldige risico-analyse en actualisatie van weerstandvermogen en benodigde buffers,
  2. Het naar 2022 halen van het beleids-beheerplan biodiversiteit,
  3. Bedragen beter onderbouwen en/of van een onzekerheidsmarge voorzien.

En daarbij nog een drietal punten uit de commissievergadering:

  1. Zo actueel mogelijk de externe ontwikkelingen beschrijven en de datum van schrijven daarover in de tekst op te nemen,
  2. Mogelijk minder indicatoren, maar in ieder geval beter op doelen en speerpunten toegesneden indicatoren, met name in programma 3,
  3. Het uitbreiden van de uren van de Griffie.

We horen graag reactie van  het college op deze zes punten .

 

De begroting 2022 zullen we dan extra scherp beoordelen op duurzaamheid, solidariteit en verbinding, te weten:

  1. Het effect van een maatregel moet goed overwogen zijn, samen met de direct betrokkenen, voordat het wordt ingevoerd.
  2. Geen kapitaalvernietiging en juist het effect op de lange termijn goed voor ogen houden,
  3. Basisvoorzieningen in stand houden en de ongewenste bezuinigingen terugdraaien zodra dat mogelijk is.

Dat is dan meteen de lijn waarlangs we meevallers willen investeren, zoals de 1,3 Miljoen voor de jeugdzorg in 2022 die in aantocht is. Hopelijk is deze toezegging een voorbode van een meer structurele oplossing vanuit het Rijk; het Rijk, dat immers de veroorzaker is van onze financiële problemen.